Direct export tool in SFX tijdelijk uitgezet

Er zijn al een hele tijd problemen met de direct export tool in SFX. Er werden onvolledige records gedownload. Daar is nu een case van gemaakt en ik ben met Frank Waaijen in overleg over een oplossing. Dat is niet eenvoudig, een deel van de oplossing moet waarschijnlijk bij ExLibrais of Elsevier vandaankomen.

Op mijn verzoek heeft Frank nu de optie in het SFX-menu overal uitgezet. Dat was niet selectief te doen (per bestand) maar alleen in alle bestanden. Ik had gevraagd een vervangend bericht in het menu te zetten (Tool temporarily not available) maar dat was een hoop werk.

Pas als het overal weer goed werkt wordt het weer aangezet. Dit alles onder het motto : liever geen tool dan een slecht werkende tool.

Evaluatie?

Ik heb het stuk “Evaluatie Bibliotheek Wageningen UR” gelezen. Boos of
teleurgesteld zijn te milde kwalificaties voor mijn gevoelens. Ik
schrijf dit op om daar lucht aan te geven, dank aan de lezers van deze
blog voor de gelegenheid.

Wat ik tegen het rapport heb:

Omissies

– het is de onderzoekers kennelijk ontgaan dat in elk geval heel DPS
werkt ten behoeve van het groene middelbaar en hoger onderwijs, en voor
wat ik voor het gemak het kennismanagement van de WUR (Metis / WaY /
WE@WUR.
– Het is de onderzoekers kennelijk ook ontgaan dat SCM een aanzienlijk deel
van haar tijd aan onderwijs besteedt. Er wordt gepraat over het de studenten gemakkelijker maken iets te vinden. Onderwijs lijkt me een minstens even zinnige weg als de suggesties die worden gedaan (“bordjes in de bibliotheek, balie weg en personeel rond laten lopen”). Die laatste opties bieden alleen soelaas voor de bezoekers van de fysieke bibliotheek.
– Het is hen eveneens ontgaan dat SCM veel tijd besteed aan
ondersteuning van het onderzoeksproces door citatie-onderzoek

Dit zijn geen details die wel in de “ verdiepingsfase” aan bod komen. Dit is een flink stuk van de organisatie. We doen veel wat niet in het beeld van een klassieke bibltiotheek past. Dat hangt waarschijnlijk ook samen me de erfenis van PUDOC. Als je dat niet in je overwegingen betrekt kun je niets zinnigs zeggen over de gewenste organisatievorm.

Organisatie

Verder wordt niet in de beschouwing betrokken dat veel werk in
projectvorm gebeurt. De discussie over de staande organisatie versus de
project-organisatie duikt nu zeker meer dan tien jaar op, en de projectorganisatie is in de loop van de tijd verschillende malen opgepoetst. Nieuwe dingen zijn vaak via projecten tot stand gekomen en als je nieuwe dingen wilt zul je de projectorganisatie een goede plaats moeten bieden.

Ik heb net het woord innovaties vervangen door nieuwe dingen. In het verslag wordt het woord “ innovatie” genoemd, in elk geval onder 5. (“ vervolg” ) Als ik na ga wat er in de afgelopen jaren is veranderd, er wat we anders zijn gaan doen, dan heeft het begrip “ innovatie” op zich geen onderscheidende waarde. Ik denk dat je moet aangeven welke nieuwe dingen je wil gaan doen, en eventueel je organisatie aanpassen als dat een hinderpaal zou zijn. Roepen om innovatie is als roepen om water in Nederland: het komt wel, maar komt het in de juiste hoeveelheid, op de juiste plaats en tijd en met de juiste kwaliteit?

En verder komt de evergreen weer langs: klantgerichtheid en de overgang van een aanbodsgerichte naar een klantgerichte organisatie. We hebben een heel traject “ klantgerichtheid” doorlopen. Als je vaststelt (op grond waarvan?) dat er wat dat betreft een attitude-verandering nodig zou zijn, dan roept dat de vraag op wat dat traject heeft opgeleverd.

Dit ligt allemaal niet aan die onderzoekers. De antwoorden die je van consultants krijgt zijn zo goed als de vraagstelling waar je ze mee op pad stuurt, en de informatie die je ze levert.

Informatiebronnen

Het tussenrapport geeft aan welke informatie is gebuikt. Behalve interviews zijn dat een aantal organisatorische nota’s, Libqual-enquetes, en een gesprek met de dienstleiding. Voor zover Libqual een zinnige benchmarking zou zijn heeft dat betrekking op traditionele bibliotheekfuncties. Die organisatorische nota’s zijn de weerslag van vorige pogingen van buitenstaanders om weer te geven wat er binnen onze organisatie gebeurd. Die vonden het toen ook al ingewikkelder dan ze in eerste instantie gedacht hadden. Hoe dan ook zijn dit nogal indirecte waarnemingen, en je loopt zo achter de feiten aan. Daarnaast is er in interviews gebruik gemaakt van observaties van buitenstaanders die deels gebruiker zijn. Gebruikers vinden ons gelukkig aardig, maar wat kunnen zij zeggen over de organisatie? Daar moet je je gebruikers niet mee lastig vallen. Blijft over als informatiebron de perceptie van de dienstleiding.

Vraagstelling

Bij de vraagstelling valt me vooral op: “Het vereiste niveau van kennis en ncompetenties van de bibliotheekmedewerkers om in te spelen op het toenemende belang van ICT-toepassingen ….” Hoe stel je dat vast ? Afgezien daarvan vraag ik me af of dit de vraag is die je moet stellen. ICT-toepassingen zijn belangrijk, maar dat waren ze ook al in 2002, toen de reorganisatieplannen werden gemaakt.

Ik kan overigens het antwoord geven op deze vraag (ken ik effe vangen?)
Die kennis en competenties zijn groter dan bij vergelijkbare organisaties. We hebben een eigen groep ontwikkelaars terwijl andere universiteitsbibliotheken met name automatiseringsoplossingen “out of the box” (zie http://en.wikipedia.org/wiki/Out_of_the_box ) gebruiken. De vraag is of die kennis op een andere manier binnen de organisatie moet worden verdeeld. Moet ze gecentraliseerd bkijven in één afdeling, of moet het meer oveer verschillende afdelingen worden verdeeld. Maar dat is wel een andere vraagstelling

“If I were you I would not start from here”

Waarom wordt er in dit stadium een extern bureau ingeschakeld, terwijl ons in onze eigen organisatie nog niets gevraagd is. Naar mijn mening moet eerst je eigen mensen iets vragen, en vertrouwen op hun kunde en inzet. Als je er daar niet mee komt, kan je altijd nog externe deskundigheid inhuren.

Blogposts over IAALD meeting

Peter Ballantyne vond de bijeenkomst afgelopen donderdag 5 blogposts waard. Je kan beginnen te lezen op http://iaald.blogspot.com/2008/11/nl-meeting-making-agricultural.html

(Ik vond het zelf ook wel een leuke bijeenkomst)

Maximum te exporteren records uit catalogus of documentatiebestand

Het maximum aantal records dat je kunt exporteren uit de catalogus of een bestand als Land Bodem Water is nu 250. Voor de printoptie is dit 500. Ik loop er regelmatig tegenaan dat 250  te weinig is. Ik stel daarom voor het exporteermaximum te verhogen naar 500 voor alle gebruikers. Dit is voor mij overigens niet genoeg. Ik wil weten of het mogelijk is voor een selecte groep gebruikers het maximum nog hoger te maken, bijvoorbeeld door dit te koppelen aan de inlognaam. Degenen die dit nodig hebben kunnen dit dan aanvragen.

IAALD bijeenkomst 13/11

Sommigen van jullie hebben dit misschien gezien. We kregen het verzoek van Peter Ballantyne (voorzitter IAALD)  om een bijeenkomst te organiseren voor de “Nederlandse internationale” landbouwkundige informatiegemeenschap. Ger naber en ik zijn er mee bezig geweest, zie voor informatie over de workshop http://iaald.blogspot.com/2008/11/nl-meeting-making-agricultural.html . Jullie zijn van harte welkom, niet alles zal even boeiend zijn, maar Barbara’s lezing is wel interessant, zie http://www.slideshare.net/iaald/agnics-born-digitalreborn-digital-repository-initiatives-presentation

Hugo

Praw, der Hemeldonner2.0wetter

De tweede Web2academia gaat niet door. De eerste cursus trok wel mensen, maar voor mijn gevoel waren dat eerder mensen die met informatie bezig zijn dan pur sang onderzoekers. De demo’s lopen naar ik begrijp ook geen storm. Peter Booman vroeg of het lukte het 2.0 gedachtegoed te verspreiden, en ik denk dat hij begrip had voor de moeilijkheden bij het verspreiden van het woord.

Ik zit me af te vragen of we effectiever wetenschappers kunnen bereiken. Voor mijn gevoel slaat 2.0 vooral aan bij zenders van informatie, zoals bibliotheken en corporate communicatoren. Prive hebben mensen er ook weinig moete mee om Flickr of Youtube te gebruiken. Maar ik vraag me af of wetenschappers zichzelf als zenders van informatie zien, en als ze het doen hebben ze er al een manier voor. (tijdschriften en congressen) Wat voegt 2.0 daar voor hen aan toe?
Ik heb net even een post herlezen van Pete Shelton (IFPRI) http://blog.webtastings.net/2008/07/02/three-lessons-from-a-year-of-teaching-20-to-researchers
Ik kan een punt van Pete intuitief onderschrijven (Focus on the job, not the tool). Wat betreft het tweede punt (Researchers like hearing from other researchers, not us) klopt met mijn eigen waarneming op de eerste Web2academia kursus Marianne liet zien hoe ze zelf del.icio.us had gebruikt voor de voorbereiding van een congres. Dat was voor mensen een eye opener.
Wat betreft Pete’s laatste punt vraag ik me af hoe ver wij hier in als bibliotheek moeten gaan. verwachten mensen van een bibliotheek dat die hen voorziet van ” work spaces for posting data, figures and working versions of research papers for sharing among colleagues and project teams” ? De groep waar Pete voor werkt is niet alleen de bibliotheek, maar ook verantwoordelijk voor “knowledge management”. En ik weet ook toevallig een stukje vervolg van dit verhaal: ze hebben daar met Google apps iets opgezet, maar kregen prompt last met een automatiseringsclub die dat voor de hele CGIAR (waar IFPRI toe behoort) centraal wilden opzetten ……..
Ik zou zelf het liefste werken met een groep mensen die bijvoorbeeld een congres organiseren, om te laten zien dat web2.0 gereeedschap daar nuttig bij kan zijn. Of een demonstratie site opzetten over een onderwerp om te laten zien hoe het kan werken. Zou citatieanalyse een goed onderwerp zijn?

Hugo