Verbeteren van Way en de WDA

Een paar dagen terug schreef ik op mijn eigen blog een post dat te maken had met OA repositories en digitale theses. Ik illustreerde mijn verhaal aan de hand aan een voorbeeld over een thesis uit Leiden die niet in Google terug te vinden was. Over het algemeen lijken onze theses goed geindexeerd in Google Scholar, maar dat heb ik niet uitputtend gecontroleerd maar niet in Google.

Wat ik voorstelde als oplossing in Leiden zouden we in feite ook in Wageningen kunnen doen. Alle electronische theses opknippen in hoofdstukken en de hoofdstukken als pre-prints in de repository opnemen. Voorwaarde hiervoor is wel dat Way, beter om kan gaan met versies. Dus preprints tonen wanneer we die hebben en het mag, en publishers postprints wanneer iemand op ons eigen netwerk daar toegang toe zou hebben.

Nu stimuleren we auteurs financieel door publicatie in OA tijdschriften te betalen. We zouden moeten bezien of we dat geld niet beter in kunnen inzetten door ons eigen archief beter te vullen door pre-prints uit de theses te knippen en die ook te archiveren. Dat zal in het begin handwerk zijn, maar wanneer een goed begin en basis hebben, kunnen we auteurs er op wijzen hoe we dit voor henzelf kunnen laten doen. Dit in de volle overtuiging dat OA aan het eind van de dag impact verhogend werkt.

A-Z lijst

Ik wil graag een discussie over de uitgangspunten voor de keuze van de A-Z lijst onder Search. Irene heeft ons een goed overzicht gestuurd van de huidige bronnen, en welke daarvan geen b4/b5 code hebben, en andersom welke de code hebben maar niet in de A-Z lijst voorkomen.

Voordat ik hierop kan reageren, moet duidelijk zijn wat we met de lijst willen. Wat mij betreft is het geen lijst van de meest gebruikte/ gewaardeerde bronnen, maar meer een “totaal”-overzicht van relevante bronnen. Dit kan ook een door mij met B2 gewaardeerde bron zijn.

Ik kan me ook voorstellen dat we een combinatie maken. We kunnen als eerste een verkorte lijst presenteren met de b4/b5 bronnen, en dan een optie “more” aanbieden voor een meer complete lijst.

Zal het onderzoek van Han Na nog informatie geven over wensen van gebruikers? Dan moeten we dat eerst afwachten.

Marja

Beoordelingscriteria informatievaardigheden

In het onderwijsoverleg van 4 juni 2008, is afgesproken dat er een ‘checklist’ opgesteld wordt voor docenten om informatievaardigheden te beoordelen. De ‘checklist’ met beoordelingscriteria zou voor eind juni 2008 gereed zijn. Na enig vooronderzoek blijkt het opstellen van een dergelijke lijst aanzienlijk gecompliceerder en meer tijd te vergen. De ‘deadline’ is verplaatst naar 1 September 2008.

 

In feite zou je eerst standaarden met normen, comptenties en criteria moeten formuleren en daarna modules ontwikkelen. Dit is bij de aanvankelijk ontwikkelde modules ook ten dele gebeurd. De modules Informatievaardigheden zijn inmiddels vernieuwd, uitgebried en grotendeels gereed. De standaard en beoordelingscriteria worden daaruit gedestilleerd. Wij spannen het paard gedeeltelijk achter onze Information Litracy-wagen.

 

Er zijn verscheidene standaarden (normen, competenties en gedragsindicatoren) geformuleerd voor het hoger onderwijs in informatievaardigheden. Het merendeel is gebaseerd op de internationaal erkende ACRL.-standaard (2000). Het LOOWI heeft deze standaard in het Nederlands vertaald, het 2e concept (2005) is gereed. De ANZIL-CAUL-standaard is gebaseerd op de ACRL-standaard, maar biedt een meerwaarde volgens de Associatie KU Leuven (Nederlandse vertaling van de ANZIL-CAUL-standaard) en is recenter (2004). Bibliotheek TU Delft heeft competenties, gedragskenmerken en observeerbare criteria beschreven in het rapport: Informatievaardigheden als onderdeel van academische vaardigheden (2004). Het rapport (te vinden in de map W:/FB/BIB/SCM/informatievaardigheden/docenteninformatie/IL checklist) is gedeeltelijk gebaseerd op ACRL- en ANZIL-CAUL-standaarden en de terminologie is aangepast: Normen zijn competenties, competenties zijn subcompetenties en gedragsindicatoren zijn gedragskenmerken of observeerbare criteria. Het rapport beschrijft o.a.(sub)competenties op vier niveaus, welke gedragskenmerken bij een (sub)competentie horen en observeerbare criteria per competentie en product. Voorbeelden van producten zijn: zoekstrategie en lijst van zoektermen.

 

Op basis van het vooronderzoek is besloten dat:

  1. De ANZIL-CAUL-standaard als referentie dient m.b.t. normen en competenties.
  2. Het rapport van bibliotheek TU-Delft als referentie dient m.b.t. voorbeelden van observeerbare criteria (gedragsindicatoren) en producten.
  3. De checklirts/beoordelingscriteria worden geformuleerd in het Engels
  4. Er bij de checklist/beoordelingscriteria twee niveaus worden aangegeven: BSc en MSc
  5. De verantwoordelijke(n) voor de beoordeling in de checklist/beoordelingscriteria wordt aangegeven: Vakdocent (V), informatiespecialist (I) of gezamenlijk (G)
  6. Observeerbare beoordelingscriteria geformuleerd worden bij de modules die gereed zijn: Bijv. Na het volgen van deze module, is de student in staat drie zoektermen te combineren m.b.v. Booleaanse operatoren.

Bekijk de voortgang, lever commentaar en suggesties op Wageningen UR Library Innovation Wiki –  SCM – informatievaardigheden. of reageer via deze SCM Weblog.

Annemie en Joke

Nieuwe BlackBoards voor Informatievaardigheden

Marjan Wink heeft twee nieuwe BlackBoard sites ingericht voor informatievaardigheden: ECS52901_2008_1 en ECS65100_2008_1. De laatste is voor de MOS-module Informatievaardigheden. Al het nieuwe lesmateriaal zal ik in augustus toevoegen.

BlackBoard is te bereiken via http://edu2.web.wur.nl.

Workshop

Wordt het niet eens tijd om een flitsende, interessante workshop/seminar te organiseren voor de hele organisatie? Inbreng van buiten, andere afdelingen, projecten, enz. Reageer met ideeen. Datum: ergens in september a.s.

Ger